26 april j.l. schreef ik naar aanleiding van het artikel Schrijf de kanker van je af in dagblad Trouw over Daniëlle Steekelenburg-Boeters en haar boek “Tumor! Ik wil leven”.
Ik ben sinds 1998 rouwbegeleider en ben nog nooit iemand tegengekomen die hetzelfde rouwt, al zijn er natuurlijk wel overeenkomstige thema’s waar mensen na een verlies mee te maken hebben. Bonnie Groenewout begon net als Daniëlle kort nadat zij de diagnose kanker kreeg met schrijven. Zij deed dit door het publiceren van een blog.
Nu had ik 26 april al het idee om ook aandacht te besteden aan deze manier van schrijven over kanker, maar dacht al snel: hoe ga ik dat doen? Net zoals m.i. niemand op dezelfde wijze rouwt, heeft iedereen een eigen schrijfstijl. Aan de stijl kun je veelal de schrijver herkennen. Zo hóór ik bij wijze van spreken Bonnie vertellen als ik haar blogs lees. Ik herken, ik kan het niet anders noemen, haar uitbundigheid daarbij. Omdat Bonnie en ik elkaar sinds 2010 regelmatig tegenkomen, onder andere om ervaringen met betrekking tot het schrijven van proza uit te wisselen, dacht ik: weet je wat, laten we gezellig samen aan de keukentafel gaan zitten. Laten we erover praten. Bonnie vond het prima. De eerlijkheid gebiedt me te bekennen dat ik een geheime agenda had. Misschien kon ik tegelijk iets van haar leren met betrekking tot bloggen. Ik begin er immers net mee, zij is inmiddels doorgewinterd.Achteraf gezien is het een beetje uit de hand gelopen theekransje geworden. We hebben lang, veel en serieus gepraat, associatief vooral; Bonnie met haar laptop binnen bereik. Zelf had ik een notitieboekje bij de hand. Ik heb hierin nu 10 pagina’s met treffende uitspraken van Bonnie. Ernaast lees ik haar tips terug, waarom ze is gaan schrijven, wat de blogs haar hebben gebracht, waarmee ze is begonnen. Maar ook de vraag: wanneer eindig je met bloggen als het over kanker gaat?
Bonnie had voordat ze wist dat ze kanker had al Krablog aangemaakt. Ze leeft behalve met kanker eveneens met eczeem en astma. Zij wilde gaan bloggen over eczeem, over haar ervaringen tijdens een heel zware behandeling. Alleen werd ze moe, zo moe dat ze niet kon geloven dat dit door die behandeling kwam. Na bloed- en vervolgonderzoeken bleek dat zij endeldarmkanker had.
“Weet je,” zegt Bonnie, “ik dacht bij mezelf: in het logo van de van de kankerstichting zit ook een krab. Ik had toch nog niets over eczeem geschreven, ik kon het ook over kanker hebben. Ik vond het een mooie manier om iedereen te laten weten hoe het met me ging. In het begin schreef ik heel veel, toen een tijdje niets, totdat mensen gingen vragen om meer. Al was het voor sommigen confronterend, tegelijkertijd zeggen mensen dat ze er ook iets aan hebben. Het zet hen aan het denken… Maar ook heel vaak hoor ik: ‘sorry hoor, maar ik moet zò ontzettend lachen om wat jij schrijft’”. Bonnie benadrukt dat ze kanker niet wil bagatalliseren maar dat ze behalve ingrijpende gebeurtenissen ook veel grappige en absurde situaties meemaakt.
“Je moet het natuurlijk wel willen zien of misschien wel kunnen zien. Ik ga niet heel de dag denken: dat heb ik weer: kanker. Of: Waarom?! Dat heb ik me trouwens geen moment afgevraagd. Wat schiet ik daarmee op? Ik wil duidelijk maken dat je op een andere manier naar kanker kunt kijken. En trouwens, er gebeurt toch nog méér in mijn leven?” Bonnie vertelt dat het schrijven haar veel heeft gebracht. Om te beginnen is zij als zij iets schrijft het ‘kwijt’. Ze laat evengoed iets na; als ze er ooit niet meer is zijn haar blogs er nog wel. Ze is anders naar mensen gaan kijken en zoekt voor het eerst in ons gesprek naar woorden, het lijkt of ze eigenschappen van mensen versterkt is gaan waarnemen, dingen die ze altijd al bij mensen zag lijken nu scherper zichtbaar. Ze vervolgt: “Bloggen opent ook deuren. Mensen durven makkelijker met me over kanker te praten als ze mijn blogs lezen. Het geeft inzichten, niet alleen aan hen, ik krijg ze evengoed. Ik leef nu, ervaar steeds hoe het nù is. En als ik na zo’n lange tijd teruglees wat ik heb geschreven zie ik hoe ik zelf ben veranderd, hoe ik heb gerouwd. Hoe ik bepaalde dingen niet meer kon doen, zoals dansen; maar toch weer heb opgepakt, alleen aangepast. Met het schrijven parkeer ik niet alleen, het geeft me ook energie. Nu inmiddels mijn CEA waarde voor de tweede keer normaal is, wat betekent dat er geen actieve kankercellen in mijn lijf waarneembaar zijn, vraag ik me af of ik niet over andere dingen zal gaan bloggen. Daar ben ik nog niet helemaal uit …”
Ik vraag naar do’s en don’ts. Naar tips. Ineens roept Bonnie “We lijken Aagje Deken en Betje Wolff wel! Dan ben jij Aagje want jouw naam begint ook met een A en ik ben Betje. Zij waren net als wij heel verschillend …” In mijn hoofd verschijnt een plaatje van een geducht schrijversteam uit de achttiende eeuw. Bonnie giert uit en roept: “Jij wilde tips?” Ze pakt haar laptop en googelt op mijn naam. Ik zie beeldscherm breed een reclame van een gratis gemaakt gordijn: Angela Groen. Te koop in een bekende winkel. “Waahoeee, van Deken naar Gordijn. Zorg maar dat die niet bovenaan staat.” Ik lach mee. Het is net of ik in een Krablog ben beland.

Maassluis, 1 mei 2018