Wie zegt dat wij gelijk hebben?

De mens – bedroefde blinde
Die soms plotseling zien kan maar niet
Weet of dat wat hij ziet
Bestaat en tastbaar is te vinden –

De mens – wantrouwige dove
Die plotseling horen kan
Maar die niet weet of hij dan
Dat wat hij hoort moet geloven –

Probeert te leven
Betwijfelt iets
Maar beseft niet wat –

Is ongelukkig maar soms
even –
vergeet hij dat

-Ellen Warmond-

Vrijwel ieder mens stelt zichzelf op meerdere momenten in zijn leven vragen: waar kom ik vandaan? Waarheen ga ik? Wie ben ik? Wat is de zin van dit bestaan? Wekelijks spreek ik mensen bij wie die existentiële vragen nadrukkelijk aan de orde zijn. Hoe mensen in het leven staan hangt samen met hun geschiedenis en allerlei factoren. Was de omgeving waar iemand opgroeide liefdevol of allesbehalve dat? Waren er trauma’s? Wat is iemands culturele achtergrond? Had hij of zij een bijna dood ervaring? Zijn of waren er religieuze overtuigingen? Noemt iemand zich atheïst? Wat als een mens zijn geloof in God verliest?
Dit laatste is voor velen een verlies. Wellicht kan het boek van Klaas Hendrikse “Geloven in een God die niet bestaat. Manifest van een atheïstische dominee” dan helpend zijn.

Ik ben wat huiverig om dit boek te noemen ook al schreef ik 14 mei nog dat lezen me vooral geleerd heeft te schrijven zonder me op voorhand af te vragen of mensen het zullen afwijzen of niet. Afwijzing kan juist bij levensvragen een rol spelen. Wie kent niet de uitspraak dat je in gezelschap onderwerpen als geloof, politiek en geld beter achterwege kunt laten om verhitte discussies en ruzies te voorkomen?
Daarbij heb ik op deze plek slechts beperkte ruimte om het boek van Hendrikse aan te bevelen waar de titel vanzelfsprekend raakt aan bibliotheken vol studies en ontelbare ervaringen van ontelbare mensen.

Er is in de titel “Geloven in een God die niet bestaat. Manifest van een atheïstische dominee” direct een spanning tussen en om de woorden heen voelbaar. In mijn eigen beroep waar ik soms met beelden moet werken om iets uit te leggen zeg ik weleens: als ik het niet kan tekenen wordt het lastig. God is zo’n woord. Net als geloven, liefde en vertrouwen. Angst en verdriet. Ik kan gebruik maken van symbolen zoals een ‘hartje’ bij ‘liefde’ maar de ander moet wel de link kunnen maken tussen het verwijzende symbool en het bedoelde gevoel. Het gevoel zelf kan ik dus niet tekenen waarbij het evengoed een vraag is of het gevoel dat ik ervaar als liefde ook door de ander zo wordt gevoeld of ervaren. Toch is het meestal zo dat men niet snel zegt dat liefde niet bestaat omdat we het niet kunnen tekenen maar wel kunnen ervaren. Net zoals het woord vertrouwen. Ik versta vrij snel in het boek van Hendrikse dat het die kant op zou kunnen gaan. Hierop volgend de vraag wat zou dat dan betekenen in het dagelijks leven?

Wat heel goed op de loer zou kunnen liggen is dat Hendrikse vervalt in woordspelletjes. Maar we kunnen nu eenmaal niet zonder woorden. Velen van ons hebben behalve woorden ook beelden nodig om zich een voorstelling te kunnen maken. Net zoals bij de dominee thuis, kreeg ik in mijn eigen ouderlijk huis evenmin een kerkgang of een andere godsdienst mee. Ik ging naar de openbare school waar ik wel één keer in de week godsdienstles kreeg. Ouders konden hiertegen bezwaar maken, dan mocht een kind in een andere ruimte iets anders gaan doen. Mijn ouders maakten geen bezwaar. De godsdienstleraar vertelde over Abraham, Jakob en Mozes en over Jezus, hoe hij gekruisigd was en weer opgestaan. Hij zei ook dat we niet bang hoefde te zijn voor God en de spannende verhalen uit de bijbel. Hij trok de achterkant van zijn verkreukelde colbert om zijn hoofd en riep: “Je hoeft niet als zoveel mensen te denken: o, help, help, daar heb je God! God zal je geen kwaad doen.” Wie was God?
In diezelfde tijd, ik was een jaar of acht, negen, vertelde mijn juf over Indianen. Indianen hadden totempalen geloofden in een Grote Geest, zij aanbaden ook de zon, de maan en de aarde. Ze dansten om de totempaal. “Wíj weten nu wel beter”, zei de juf. Ik zag en hoorde haar lach en dacht: wie zegt dat wij gelijk hebben? Ik durfde het niet te vragen maar volgens mij werd toen al bij mij een zaadje geplant. Hoezo zijn veel gelovigen of ongelovigen overtuigd van hun eigen gelijk; hoezo willen sommigen van hen dat aan een ander opleggen? Of vinden weer anderen dat zij het recht hebben? Zet het journaal aan en we zien de uitwassen wereldwijd.

Juist het vragen mogen, kunnen en blijven stellen, vind ik belangrijk. Woorden luisteren nauw. Het is boeiend om te lezen hoe dominee Hendrikse als kind van een atheïstische dierenarts opgroeide midden in een christelijke gemeenschap, hoe hij atheïst bleef en toch dominee werd. Omdat hij in Nederland is geboren en niet in Thailand kwam het niet in hem op om bijvoorbeeld boeddhistisch monnik te worden. Hendrikse slaagt wat mij betreft in zijn boek er heel goed in uit te leggen hoe hij zijn prikkelende uitspraak in de titel bedoelt, tot waar hij met een ander door een deur kan gaan, wanneer tot net ervoor en waar wegen scheiden. Hij doet dit met respect en humor. Ik hoor althans humor als hij stelt dat God en wetenschap elkaar niet bijten: ze wonen in hetzelfde huis maar hebben wel een eigen kamer.

We hebben in ieder geval dit leven, ieder heeft zijn of haar weg te gaan, hoe dan ook. Dat lukt niet zonder anderen. Laten we met elkaar blijven praten, over hoe we kleinere en grotere gebeurtenissen in ons leven ervaren. Hoe we daarmee omgaan. In deze tijd waar kerkgang terugloopt is de belangstelling voor religie groter dan ooit. Ons woord ‘religie’ is afgeleid van het Latijnse religio. Dat betekent ‘verbinding’ en zegt dat de mate waarin je je verbindt met je omgeving, bepaalt in hoeverre je levenshouding religieus is. In dat kader denk ik aan de uitspraak van een jongeman, hij groeide op als atheïst en beschouwt zichzelf nog steeds zo. Hij liet me een gedicht lezen waarin het woord God veelvuldig werd genoemd. “Dit vind ik zo’n mooi gedicht,” zei hij. “Je moet alleen God even wegdenken…”. Het was de opmaat naar positieve gesprekken over zingeving. Dat vonden we allebei. Waarbij het er niet om ging of hij, of ik, of wie dan ook gelijk heeft.

Maassluis, 5 juni 2018

4 antwoorden
  1. Corry
    Corry zegt:

    Kan me hier heel goed in vinden. Openstaan voor de ander want de bijdrage van andermans gedachtengoed kan mij een nieuw inzicht geven, dus groei. En misschien – ook dat laat ik open- glimlachen de goden dan😊

    Beantwoorden
  2. Kaj
    Kaj zegt:

    Ongelofelijk interessant, ik herken wel die behoefte aan zingeving en betekenis in een maatschappij waarin God niet per se meer een plek heeft. Misschien dat ik het boek eens lees in de nabije toekomst!?

    Beantwoorden
  3. Livy
    Livy zegt:

    Interessant gegeven. Bij het zoeken naar zingeving, toch iets dat de meeste mensen doen, is het inderdaad niet van tel wie gelijk heeft. Maar dat kan niet zonder verbinding met de omgeving. Hoe intenser deze is, maw hoe meer iemand kijkt en vooral luistert met open vizier, hoe meer tools je krijgt aangereikt. Ik las toevallig deze ochtend in de krant een artikel over luisteren en het volgende is me vooral bijgebleven: ‘Elke mens zou moeten luisteren naar de ander. Want elke mens die je ontmoet, of hij nu dezelfde mening heeft of juist helemaal niet, hij weet iéts dat jij
    niet weet.’

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *