Achter de fanfare

Ik heb de neiging achter de fanfare aan te lopen. Als klein meisje deed ik dat letterlijk zodra een drumband en majorettes door de grote winkelstraat voorbij kwamen en ik op de maat mee marcheerde in de veronderstelling dat toeschouwers dachten dat ik erbij hoorde.
Tegenwoordig komt het voor dat gebeurtenissen of actualiteiten passeren waarbij ik denk, daar zou ik wel een blog over willen schrijven; alleen savoureer ik eerst mijn gedachten, ik wil ze proeven en toetsen. Vandaar dat ik nu pas over de Canal Parade van 4 augustus j.l begin onderdeel van de langer durende Gay Pride Amsterdam 2018.
Ik was niet lijfelijk aanwezig tussen de duizenden mensen; de vele LBHT’ers ofwel lesbiennes, homo’s, biseksuelen en transgenders. Moet dat nou? vroeg journalist Gijs van der Sanden zich in het Algemeen Dagblad af. Boven zijn artikel stond: ja dat moet.
Ik ben het met hem eens.

Binnen de psychosociale hulpverlening spelen psychische- en sociale aspecten van de mens een rol. Regelmatig komt tijdens hulpverleningsgesprekken de vraag naar voren: wie ben ik? Dit houdt veel deelnemers en bezoekers van de Parade nadrukkelijk bezig.
Eerlijk gezegd had ik tot begin jaren negentig van de vorige eeuw nooit zo nagedacht over het hoe en waarom van al die de uitgedoste mannen en vrouwen, behalve dat ik niet half bloot op een boot wil springen zoals sommigen doen. Totdat ik op mijn opleiding de vakken sekse-specifieke hulpverlening ging volgen, met modules over mannen- en vrouwen hulpverlening, homo- en lesbische hulpverlening. Hoewel het voor homo’s en lesbiennes die nog niet uit de kast kwamen een voordeel kan zijn dat een hulpverlener homo of lesbisch is, is mijns inziens een zo onbevooroordeeld mogelijke houding van hetero hulpverleners ten aanzien van LBHT’ers evengoed van belang. Zijn die oordelen er wel, dan is het goed dat een hulpverlener zich daar bewust van is en bij zichzelf nagaat of daar iets aan gedaan kan worden. Dat gaat volgens mij gepaard met interesse in welke medemens dan ook. Met kennis.

De Gay Pride is in 1969 ontstaan ter herdenking van de Stonewall-rellen die ontstonden na invallen in de homobar The Stonewall Inn in de wijk Greenwich Village in New York. Na jaren van treiterijen en geweldplegingen besloten bezoekende homoseksuele mannen, travestieten en lesbiennes terug te vechten. Exact een jaar na de rellen vond in New York de eerste Gay Pride Parade ooit plaats. Uitleg van mijn docent openden mijn ogen. De uitdossingen symboliseren ‘trots’. Ze vergroten uit: ik ben wie ik ben.
Natuurlijk hoeft niet iedere LBHT’er daaraan mee te doen, het kan zelfs beangstigend werken. Tegelijkertijd kan het anderen helpen: je hoeft je niet te verstoppen. Want hoewel homoseksualiteit door twee derde van de Nederlandse bevolking geaccepteerd wordt, valt er nog veel te verbeteren. En als we over onze landsgrenzen gaan nog meer.
De doelstellingen van de Gay Pride verschillen per land, afhankelijk van de homo-emancipatie. Er zijn Parades waarin gelijke rechten worden opgeëist, bijvoorbeeld het homohuwelijk; er zijn Parades die demonstreren tegen vervolging, onderdrukking en discriminatie. In sommige landen worden deelnemers aan de Parade op gewelddadige wijze aangevallen, in Moskou en St. Petersburg worden doorgaans de Parades verboden. In tientallen landen is homoseksualiteit strafbaar, in ongeveer tien landen kan een relatie tussen mensen van hetzelfde geslacht leiden tot de doodstraf. Dit levert ernstige kritiek van de internationale gemeenschap op in verband met het schenden van de mensenrechten.
Hiernaast wordt homoseksueel gedrag binnen verschillende religieuze richtingen niet geaccepteerd terwijl religie voor miljoenen mensen een richtsnoer in het leven is. Ik werkte eens met een stagiaire die beweerde dat ‘het’ binnen haar geloofsgemeenschap echt niet voorkwam.
Maar volgens verschillende statistische gegevens is 5-10 % van de wereldbevolking homoseksueel, dus ook binnen religieuze kringen. Enerzijds wordt homoseksualiteit binnen deze kringen veelal afgewezen, anderzijds zijn er wel discussies gaande met zeer uiteenlopende opvattingen onder bijvoorbeeld joden, christenenmoslims en hindoes.
Ter illustratie werd op 13 augustus j.l. in het tv programma Kijken in de ziel: religieuze leiders onder andere aandacht besteed aan homoseksualiteit. Alle religieuze leiders in deze aflevering zijn werkzaam in Nederland.

Glem Boners (79) gaf in AD magazine d.d. 4 augustus aan dat in Nederland de tolerantie ten aanzien van LBHT’ers flinterdun is. Deze man maakt wanneer hij mensen voor het eerst ontmoet nog steeds een afweging: vertel ik dat ik homo ben of niet? Een hetero hoeft zich nooit te verantwoorden voor zijn seksuele geaardheid.
Het gevoel van verantwoording afleggen is niet zo vreemd, pas in 1971 werd in Nederland de minimum leeftijd voor homoseksuele contacten gelijkgesteld aan de minimum leeftijd voor het toestaan van heteroseksuele contacten. Tot dan moest men om homoseksualiteit te praktiseren in tegenstelling tot het praktiseren van heteroseksualiteit meerderjarig zijn.

Over het wel of niet praktiseren van homoseksualiteit zijn veel non-fictie boeken en romans geschreven, twee ervan schieten me direct te binnen.
Allereerst de autobiografie Onderweg van de in 2015 overleden neuroloog Oliver Sacks. Ik heb veel van zijn werk gelezen maar nooit geweten dat hij homoseksueel was; hoe hij hiermee worstelde in een tijd dat dit in het Verenigd Koninkrijk nog strafbaar was, waar om die reden nog chemische castratie werd toegepast. In sommige delen van het Verenigd Koninkrijk werd homoseksualiteit pas in de jaren tachtig legaal. Het is ontroerend om te lezen hoe Oliver Sacks omging met schrijnende reacties uit zijn directe omgeving en vanuit de maatschappij. Ik ben ook oprecht blij dat hij na een jarenlang celibatair leven op hoge leeftijd nog een partner vond aan wie zijn autobiografie werd opgedragen.
Hiernaast vind ik de roman Ongehoorzaamheid van Naomi Alderman een aanrader. Het boek geeft een goed beeld van het orthodox joodse leven en de bijbehorende wetten; binnen die context rijst de vraag of je in deze gemeenschap openlijk kan zijn als je je aangetrokken voelt tot je eigen sekse. Het thema is inzichtelijk uitgewerkt en laat tot het eind toe te raden of en hoe dit op te lossen is voor beide vrouwelijke hoofdpersonen.

Ik zou willen dat ieder mens ongeacht zijn geaardheid zichzelf mag zijn. Zonder dubbelleven. Eerdergenoemde Glem Boners deed dit jarenlang tot hij op een dag besloot aan zijn werkgeefster te vertellen dat hij homo is. Hij verwachtte ontslag. Maar zijn werkgeefster zei alleen: “Nou en?” Dat was zo’n bevrijding dat de Glen in tranen uitbarstte.
Daarom blijf ik achter de parade aanlopen, net zolang tot LBTH’ers niet meer het gevoel hebben over hun geaardheid verantwoording te moeten afleggen. En als ze dat toch doen? Dan loop ik net zolang mee tot de algemene reactie “Nou en?” wordt.

 

Maassluis, 29 augustus 2018

3 antwoorden
  1. Els
    Els zegt:

    Angela, wat mooi verwoord. Welke geaardheid een mens ook heeft; het maakt niets uit. Het gaat om liefde, levensgeluk en daarmee het gevoel er te mogen zijn. Hoe dan ook. Mens is een mens als er liefde en acceptatie in ‘zijn’ is…

    Beantwoorden
  2. Paul
    Paul zegt:

    Wat maakt het inderdaad uit we zijn allemaal mens! Dat we niet allemaal aan een bepaalde norm voldoen so What ! Het is juist de verschillende mensen die kleur aan het leven geven!
    Ik heb liever kleur dan zwart wit!

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *