,

Aandachtiger (2)

Onze fietsen staan achter de caravan. Mijn achterband is niet een beetje lek, hij is hartstikke lek. Direct onder het ventiel zit een scheur en de rijwielhandel in Vaals is pas over drie dagen open.
“Zullen we naar het American Cemetery in Margraten gaan?” vraagt J.
Ik aarzel. Het is bijna een kwart eeuw geleden dat we de kinderen meenamen naar de Amerikaanse militaire begraafplaats en het monument ter nagedachtenis aan soldaten van de Verenigde Staten die in de Tweede Wereldoorlog stierven, onder andere tijdens de strijd in Zuid-Limburg en het Ardennenoffensief.
Ik vind niet dat ‘het gezanik over die oorlog nu maar eens afgelopen moet zijn’ zoals vader rond vier mei meestal riep. Was het te pijnlijk? Hij groeide op in Crooswijk, een volksbuurt naast het platgebombardeerde centrum van Rotterdam. Een deel van de slachtoffers werd in een massagraf begraven op begraafplaats Crooswijk. En in de hongerwinter zocht hij met zijn zusje naar hout of kolen langs de spoorlijn, hij was zes jaar.
Moeders kinderjaren tijdens de oorlog zijn gehuld in half uitgesproken geheimen, waarbij de terugkeer van mijn gevluchte en ondergedoken grootvader aan het eind van de oorlog en de directe verbanning van mijn grootmoeder uit het gezin, centraal staan. Hierover gaan meerdere verhalen de ronde, nog steeds komen mij via via details ter ore. Wat is waar? In ieder geval hebben de vele versies één ding gemeen: ze hebben moeder getekend.
Veel ouderen kunnen zich helemaal niet vinden in vaders uitroep, andere ouderen misschien wel. Ook jongere generaties doen soms opmerkelijke uitspraken. Zo las ik ooit een boekbespreking van een dertiger over het boek van een even oude Joodse schrijfster. Waarom, vroeg de dertiger zich af, moeten Joden het altijd over Jodendom en de Holocaust hebben? Hij had dat nooit begrepen, het riep vooral irritatie op.
Lees de boeken van haar vader of grootvader eens, dacht ik. Haar vader was bekend journalist, interviewer, televisiepresentator en toneelschrijver; hij groeide op in een door oorlogservaringen getraumatiseerd en geneurotiseerd gezin. Op zijn achttiende werd hij ‘uit huis gezet’ zoals zijn ouders eveneens het contact verbraken met hun dochter en jongste zoon.
De oorlog had en heeft op miljoenen mensen impact, op mensen uit àlle betrokken landen; vijandig of niet.
“Hoe laat wil je gaan?” zeg ik tegen J.

We rijden zonder woorden door het Zuid Limburgse landschap, nergens kom ik zo tot rust als hier. Ik hoef alleen maar te kijken naar het zacht glooiende landschap. Tot ik twee jaar terug het boek ‘Het Geluk van Limburg’ van Marcia Luyten las wist ik weinig van wat jaren zowel boven als onder de grond in de mijnen gebeurde. Als de Limburgse Luyten het niet eens wist, hoe had ik dan van de vele onvoorstelbare en ronduit schandalige gebeurtenissen kunnen weten? Heel veel is doelbewust weggeveegd en weggestopt, decennia lang.
Wat ervan te denken dat daden van verzet in Limburg tijdens de Tweede Wereldoorlog nergens terug te vinden zijn in de werken van Lou de Jong? Wat ervan te denken dat naast de mijnwerkers landverraders en misdadigers te werk werden gesteld. Het misprijzen van de buitenwacht over de mijnwerkers. Ik las ontroerd hoe Limburgia in 1950 landskampioen werd door te winnen van Ajax terwijl ik niet eens van voetbal houd.
In het Crooswijk waar mijn vader opgroeide is vandaag de dag op een huizenblok een uitspraak geschilderd: Je krijgt nooit een betere toekomst als je aan gisteren blijft denken.
Veel deelnemers van mindfulness trainingen die ik geef piekeren over verleden en toekomst. We oefenen op een bepaalde manier aandachtig te zijn, gericht op het hier en nu. Dan rijst wel eens de vraag of denken aan vroeger of later ‘dan niet meer mag’. Natuurlijk wel, onze gedachten komen en gaan. Zoals filosoof Kierkegaard daarbij al aangaf: het leven wordt achterwaarts begrepen en voorwaarts geleefd. We kunnen leren van ons verleden en in het ogenblik komen verleden en toekomst bij elkaar.
Vanaf de parkeerplaats lopen we langs strakke gazons, geen sprietje staat verkeerd. Tegenover het bezoekerscentrum zijn grote wanden met drie kaarten, ze tonen onder andere de luchtlandigsoperatie bij Market Garden, het oversteken van de Roer en militaire acties vanaf de landingen in Normandie tot het einde van de oorlog in Europa. We lopen over het Ereplein naar de spiegelvijver, in de muren om het plein heen zijn de namen van 1722 vermisten gebeiteld. Achter het standbeeld van de rouwende moeder staat een toren met kapel.
Net als jaren geleden toen we hier met de kinderen waren overvalt het beeld van de 8301 graven me. Ze hebben witte marmeren kruisen en davidsterren en staan in parallel lopende bogen die zich uitstrekken langs brede gazons.
Is het de hoeveelheid graven die de brok in mijn keel veroorzaken? Zoveel mensen gaven hun leven om ons te bevrijden. Zoals de officieren en soldaten hier liggen, door elkaar; vrijwel alle kruisen en davidsterren zijn hetzelfde. Iedereen is in de dood gelijk. We wandelen over de promenade, lezen onderweg namen. Zonen, broers, vaders of dochters en zussen. Aan het eind van de promenade gaan we op een trap zitten. Wat zou er gebeurd zijn als de geallieerden niet waren gekomen?
Ineens kan ik de brok in mijn keel en tranen niet mee bedwingen.
“Twijfelde je daarom?” vraagt J. als hij ziet dat ik huil.
Ik haal mijn schouders op. Het is te groot. Niet te bevatten.

 

Vijlen 10 juni 2018 – Maassluis 3 juli 2018