,

Loslaten

Eindelijk zit ik weer achter mijn laptop om een blog te schrijven. Nou ja, enerzijds eindelijk; anderzijds geschreven op een moment ‘alleen als ik er zin in heb’. Zo kom ik in ieder geval iets van de voornemens in mijn laatste vakantie na.
Het is zonder meer luxe dat mijn geliefde J. en ik ieder jaar in juni en september langere tijd vrij zijn. In september gaan we vrijwel altijd zo’n drie weken naar een heerlijk huis in Zuid-Spanje. Ik vond het bijzonder leuk om bij terugkomst in Nederland te zeggen dat we niks hebben gedaan.
“Zijn jullie dan niet naar het Alahambra geweest? Of naar Ronda?”
Ja, ja, we weten het, er is veel moois in Andalusië. We gaan heus wel eens naar een bezienswaardigheid. Wel eens, want wat ons betreft komen we in het zuiden vooral los van intensieve banen, tijd helemaal voor onszelf. We tanken bij voor het nieuwe jaar. We doen ideeën op.

Voor mij is september bij uitstek een maand om los te laten; de herfst nadert. Bladeren beginnen te kleuren, dwarrelen neer. Hoe vaak zeggen we tegen onszelf of een ander: “Laat het los…”?
Of het nu gaat over een vastzittende gedachte, een zeurend gevoel in je lijf, piekeren over het verleden of de toekomst. Gedoe op je werk. Maar ook zijn dingen soms zo prettig dat we het juist willen vasthouden. De meeste mensen waarderen alleen fijne ervaringen en willen vervelende ervaringen niet hebben. In beide gevallen is het een vorm van vastklampen. Zo goed mogelijk situaties laten zijn zoals ze nu zijn is een manier van loslaten.

Het kan eveneens helpen je focus te verleggen. Je kunt in stilte zitten en een paar minuten of langer alleen je ademhaling volgen. Je kunt om je heen kijken en luisteren. Wat gebeurt er?
De omgeving van het vakantiehuis in Zuid Spanje is ver weg en anders dan thuis, tegelijkertijd is het vertrouwd. Als ik ’s nachts op mijn rug op bed lig hoor ik de golven van de zee, onder aan de heuvel op nog geen 200 meter afstand; het rolluik filtert het maanlicht en krekels geven telkens een concert.
Overdag kan ik uren naar de bergen kijken en rond scherende zwaluwen of het water dat zich voor me uitstrekt. De ene keer met hoge omzwiepende golven, de andere keer spiegelglad. Vorig jaar vloog een groep flamingo’s langs de kustlijn. En dit jaar zagen we op een regenachtige dag een school dolfijnen zonder dat we de verrekijker hoefden te pakken. Er plopte zomaar een vraag in me op.
“Zou jij hierheen gaan als ik er niet meer ben?” vroeg ik aan J.
Wat zou ik doen?

Voorlopig moeten we nog een paar jaar werken in tegenstelling tot veel Scandinavische pensionado’s om het vakantiehuis. We zien ze doorheen de jaren ouder worden. Onze buurvrouw noem ik Pippi, de mensen schuin tegenover haar Tommie en Annika. Pippi kletste luidruchtig en veel met iedereen, ‘s middags ging ze steevast met Tommy zwemmen die op gepaste momenten “ja, ja …” zei of humde.
Naast het huis van Tommie en Annika zat af en toe een grijze man met zijn krant en koffie, aan de terrasdeur hing een badpak op een hangertje. De vrouw was nergens te bekennen.

Met Pippi in de buurt las ik bij het zwembad zo ijverig mogelijk. Ik was begonnen aan ‘Jouw gezicht morgen’ van Javier Marías en was verbijsterd over de beschreven gebeurtenissen tijdens de Spaanse burgeroorlog. Waarom wist ik daar niets over? Ik kwam al in Spanje toen Franco nog leefde. Marías beschrijft in zijn boeken hoe dit kon gebeuren. Destijds werd een amnestiewet afgekondigd, zelfs de vuilste was werd niet buiten gehangen, bovendien waren er geen juridische consequenties. Toch hebben de geheimen zich niet onder het vloerkleed laten vegen. Het is belangrijk dat de verhalen doorgegeven worden, het is belangrijk te weten hoe het mensen is gelukt hiermee te leven.
Ook dicht bij huis hoor ik veerkrachtige geschiedenissen. Regelmatig vragen mensen of ik een deel van hun levensverhaal wil lezen. Ze gaan over ingrijpende gebeurtenissen. Over hoop en herstel. Veelal bestaat de behoefte die verhalen los te laten, de wereld in. Al hoeft dat niet in grootschalige oplages zoals de boeken van Marías, het valt niet mee een uitgever te vinden. Plotseling kreeg ik een idee en besloot ter plekke dat ik schrijvers van veerkrachtige korte verhalen een Podium wil bieden. Eenmaal thuis zou ik daar werk van maken.

Tegen het eind van de vakantie kwam Pippi ’s morgens vroeg naast me zwemmen. Ze vertelde honderduit, net als Tommie zei ik af en toe “ja, ja …”. Het water was koel, de zon op mijn gezicht warm. Pippi knikte naar het terras van de man die ’s morgens de krant las en zijn nog steeds onzichtbare vrouw. Hij bleek pas weduwnaar en kwam voor het eerst weer in zijn vakantiehuis. Hij wilde proberen of hij zonder haar het hier naar zijn zin zou hebben. Een dag later waren de rolluiken naar beneden. Het zwempak aan het hangertje was verdwenen.
Ik keek naar twee ligstoelen onder een palm. Vroeg of laat zouden J. of ik hier niet meer komen. Daar hoefde ik me nu niet druk om te maken. Ik hoefde alleen maar te kijken naar de strakblauwe hemel en voorbij scherende zwaluwen.

 

Maassluis, 11 november

,

Aandachtiger (2)

Onze fietsen staan achter de caravan. Mijn achterband is niet een beetje lek, hij is hartstikke lek. Direct onder het ventiel zit een scheur en de rijwielhandel in Vaals is pas over drie dagen open.
“Zullen we naar het American Cemetery in Margraten gaan?” vraagt J.
Ik aarzel. Het is bijna een kwart eeuw geleden dat we de kinderen meenamen naar de Amerikaanse militaire begraafplaats en het monument ter nagedachtenis aan soldaten van de Verenigde Staten die in de Tweede Wereldoorlog stierven, onder andere tijdens de strijd in Zuid-Limburg en het Ardennenoffensief.
Ik vind niet dat ‘het gezanik over die oorlog nu maar eens afgelopen moet zijn’ zoals vader rond vier mei meestal riep. Was het te pijnlijk? Hij groeide op in Crooswijk, een volksbuurt naast het platgebombardeerde centrum van Rotterdam. Een deel van de slachtoffers werd in een massagraf begraven op begraafplaats Crooswijk. En in de hongerwinter zocht hij met zijn zusje naar hout of kolen langs de spoorlijn, hij was zes jaar.
Moeders kinderjaren tijdens de oorlog zijn gehuld in half uitgesproken geheimen, waarbij de terugkeer van mijn gevluchte en ondergedoken grootvader aan het eind van de oorlog en de directe verbanning van mijn grootmoeder uit het gezin, centraal staan. Hierover gaan meerdere verhalen de ronde, nog steeds komen mij via via details ter ore. Wat is waar? In ieder geval hebben de vele versies één ding gemeen: ze hebben moeder getekend.
Veel ouderen kunnen zich helemaal niet vinden in vaders uitroep, andere ouderen misschien wel. Ook jongere generaties doen soms opmerkelijke uitspraken. Zo las ik ooit een boekbespreking van een dertiger over het boek van een even oude Joodse schrijfster. Waarom, vroeg de dertiger zich af, moeten Joden het altijd over Jodendom en de Holocaust hebben? Hij had dat nooit begrepen, het riep vooral irritatie op.
Lees de boeken van haar vader of grootvader eens, dacht ik. Haar vader was bekend journalist, interviewer, televisiepresentator en toneelschrijver; hij groeide op in een door oorlogservaringen getraumatiseerd en geneurotiseerd gezin. Op zijn achttiende werd hij ‘uit huis gezet’ zoals zijn ouders eveneens het contact verbraken met hun dochter en jongste zoon.
De oorlog had en heeft op miljoenen mensen impact, op mensen uit àlle betrokken landen; vijandig of niet.
“Hoe laat wil je gaan?” zeg ik tegen J.

We rijden zonder woorden door het Zuid Limburgse landschap, nergens kom ik zo tot rust als hier. Ik hoef alleen maar te kijken naar het zacht glooiende landschap. Tot ik twee jaar terug het boek ‘Het Geluk van Limburg’ van Marcia Luyten las wist ik weinig van wat jaren zowel boven als onder de grond in de mijnen gebeurde. Als de Limburgse Luyten het niet eens wist, hoe had ik dan van de vele onvoorstelbare en ronduit schandalige gebeurtenissen kunnen weten? Heel veel is doelbewust weggeveegd en weggestopt, decennia lang.
Wat ervan te denken dat daden van verzet in Limburg tijdens de Tweede Wereldoorlog nergens terug te vinden zijn in de werken van Lou de Jong? Wat ervan te denken dat naast de mijnwerkers landverraders en misdadigers te werk werden gesteld. Het misprijzen van de buitenwacht over de mijnwerkers. Ik las ontroerd hoe Limburgia in 1950 landskampioen werd door te winnen van Ajax terwijl ik niet eens van voetbal houd.
In het Crooswijk waar mijn vader opgroeide is vandaag de dag op een huizenblok een uitspraak geschilderd: Je krijgt nooit een betere toekomst als je aan gisteren blijft denken.
Veel deelnemers van mindfulness trainingen die ik geef piekeren over verleden en toekomst. We oefenen op een bepaalde manier aandachtig te zijn, gericht op het hier en nu. Dan rijst wel eens de vraag of denken aan vroeger of later ‘dan niet meer mag’. Natuurlijk wel, onze gedachten komen en gaan. Zoals filosoof Kierkegaard daarbij al aangaf: het leven wordt achterwaarts begrepen en voorwaarts geleefd. We kunnen leren van ons verleden en in het ogenblik komen verleden en toekomst bij elkaar.
Vanaf de parkeerplaats lopen we langs strakke gazons, geen sprietje staat verkeerd. Tegenover het bezoekerscentrum zijn grote wanden met drie kaarten, ze tonen onder andere de luchtlandigsoperatie bij Market Garden, het oversteken van de Roer en militaire acties vanaf de landingen in Normandie tot het einde van de oorlog in Europa. We lopen over het Ereplein naar de spiegelvijver, in de muren om het plein heen zijn de namen van 1722 vermisten gebeiteld. Achter het standbeeld van de rouwende moeder staat een toren met kapel.
Net als jaren geleden toen we hier met de kinderen waren overvalt het beeld van de 8301 graven me. Ze hebben witte marmeren kruisen en davidsterren en staan in parallel lopende bogen die zich uitstrekken langs brede gazons.
Is het de hoeveelheid graven die de brok in mijn keel veroorzaken? Zoveel mensen gaven hun leven om ons te bevrijden. Zoals de officieren en soldaten hier liggen, door elkaar; vrijwel alle kruisen en davidsterren zijn hetzelfde. Iedereen is in de dood gelijk. We wandelen over de promenade, lezen onderweg namen. Zonen, broers, vaders of dochters en zussen. Aan het eind van de promenade gaan we op een trap zitten. Wat zou er gebeurd zijn als de geallieerden niet waren gekomen?
Ineens kan ik de brok in mijn keel en tranen niet mee bedwingen.
“Twijfelde je daarom?” vraagt J. als hij ziet dat ik huil.
Ik haal mijn schouders op. Het is te groot. Niet te bevatten.

 

Vijlen 10 juni 2018 – Maassluis 3 juli 2018