PODIUM VOOR VEERKRACHTIGE VERHALEN

Podium biedt schrijvers ruimte hun veerkrachtige verhaal te publiceren. Het tweede verhaal dat op mij veel indruk maakt is geschreven door Jamel Lange, Adviserend Ervaringsdeskundige bij Pameijer te Rotterdam:

 

OMGAAN MET SUÏCIDALITEIT

 

Mijn eerste depressie ontstond toen ik een jaar of 15 was. Destijds voelde het alsof mijn hele wereld instortte. Alles was zo duister en zwaar. Ik ben er wel met mensen over gaan praten, maar kwam er vrij snel achter dat ik niet goed kon uitleggen aan mensen wat er precies was. Wat ik dacht. Wat ik voelde. Of dat ze me niet begrepen, dat kan ook. Hoe dan ook, ik voelde me ontzettend alleen. Inmiddels heb ik er wat meer woorden voor gevonden, waarmee ik mensen enigszins een idee kan geven wat ik voel tijdens een depressie.

 

Iedereen kent wel het gevoel van schrikken. Als je in de auto zit en iemand snijdt je opeens af. Als je een grote spin ziet lopen op de vensterbank. Als je een horrorfilm zit te kijken en er komt opeens een hele enge scene. Wat er dan gebeurt is dat je een apart gevoel in je buik krijgt. Een gevoel wat moeilijk onder woorden te brengen is. Het is geen pijn, het is ook geen jeuk, het is een gevoel. Als ik in een depressie zit heb ik constant dat gevoel. Ik transpireer dan als een gek, heb regelmatig een verhoogde hartslag, ben heel onrustig en tegelijkertijd passief. En heb dus dat stomme gevoel in mijn buik. Alsof ik voortdurend in paniek ben.

 

Ik heb dan ook hele nare gedachtes die constant door mijn hoofd spoken. Die gaan met name over allerlei dingen waar ik voor m’n gevoel in gefaald heb of waar ik nog in ga falen. Bijvoorbeeld dat ik in de financiele problemen kom. Of dat ik nooit een relatie zal kunnen hebben. Dat niemand mij echt aardig vindt. Dat mensen achter mijn rug om praten. Soms zelfs dat ik in een soort complot zit. Een test van hogeraf over hoeveel een mens kan verdragen. Maar bovenal denk ik vrijwel voortdurend aan de dood. Ik fantaseer over hoe ik mezelf van kant kan maken. Ik beeld me in hoe opgelucht mensen zullen zijn als ik er niet meer ben. Ik schrijf in m’n hoofd lange afscheidsbrieven. Overal waar ik loop en bij alles wat ik om me heen zie verzin ik manieren om mezelf van het leven te beroven.

 

Je kunt je voorstellen dat ik er alles aan wilde doen om te zorgen dat die gedachtes en gevoelens stopten. En dat gebeurde ook altijd wel. Bijvoorbeeld als ik medicatie ging slikken. Of een periode echt mijn rust nam. Als ik erover praatte met mensen. Of als ik toepaste wat ik in therapie geleerd had. Maar bovenal hebben een aantal drastische keuzes in mijn leven voor de echte ommekeer gezorgd.

 

Jarenlang heb ik geprobeerd om niet meer te denken aan de dood. Ik mocht het niet van mezelf. Ik haatte mezelf om die gedachtes. Ik vond mezelf een zwakkeling. En als ik ze uitsprak dan zag ik hoeveel pijn ik de mensen om mij heen ermee deed. Dan ging ik me gigantisch schuldig voelen. Maar hoe harder ik er tegen vocht, des te hardnekkiger werden ze. Tot ik op een gegeven moment besloten heb om er niet meer tegen te vechten. Ik heb letterlijk met mezelf afgesproken dat ik het mezelf vergeef dat ik soms dood wil. En in het verlengde daarvan heb ik besloten om mezelf iedere dag weer de keuze te geven tussen het leven en de dood. Dat gaf enorm veel rust.

 

Maar tegelijkertijd verdween het schuldgevoel niet. Ik had sowieso het idee dat ik jarenlang een grote last ben geweest voor de mensen om mij heen. Had het idee dat iedereen zich altijd aan mij en mijn gemoedstoestand aan moest passen. Het zou niet eerlijk zijn als ik ze dan ook nog het verdriet bezorg om er abrupt mee te stoppen. Daar ontstond mijn tweede drastische keuze. Ik ben mijn eigen zin om te leven gaan creëren. Ik bemerkte dat ik het meest levenslustig werd als ik iets voor anderen kon betekenen. Dus om mezelf een keuze voor het leven te geven, ben ik me gaan toeleggen op er oprecht zijn voor andere mensen. Dat kan in kleine dingen zitten, bijvoorbeeld een glimlach naar iemand op straat. Maar ook oprecht geïnteresseerd zijn in andere mensen. Mijn familie, mijn vrienden. En later ook in mijn werk. Luisteren naar mensen, doorvragen op wat ze zeggen. Complimenten geven als ze iets goed doen. Bedanken als ze iets voor mij doen. Destijds nog wel met het idee dat als ik zo mijn leven inricht, mensen dat van mij zullen herinneren als ik er niet meer ben. Zo van ‘Jamel doet ons verdriet door te sterven, maar hij heeft ons ook heel veel gegeven’. Een excuus dus eigenlijk. Vooraf al goedmaken dat ik mensen pijn doe.

 

Dit klinkt heel heftig, daar ben ik me van bewust. Maar zo is het destijds voor mij begonnen. We spreken nu echt al over jaren geleden. Inmiddels wil ik oprecht niet meer dood. Ik heb de afgelopen jaren zo ontzettend veel mooie mensen ontmoet. En ik ben erachter gekomen dat positief zijn, iets voor een ander betekenen, oprecht liefhebben en al dat soort positieve dingen me zo ontzettend veel levenskracht hebben gegeven dat ik daarmee mijn eigen levenslust gecreëerd heb. De afspraken met mezelf staan nog steeds, die verdwijnen waarschijnlijk ook niet meer. Maar waar ik jarenlang gedacht heb de 30 niet te halen, voel ik me inmiddels al zo lang zo ontzettend goed dat ik het me nauwelijks meer kan voorstellen dat ik me ooit zo gevoeld heb.

 

September van dit jaar word ik 30. En hoewel ik niet bijzonder uit kijk naar dit moment (ik word opeens oud enzo), is het wel een feit dat ik zin heb in het leven richting mijn verjaardag en al die jaren daarna. Het plezier wat ik nu ervaar in mijn leven, neemt niemand van me af. Inclusief ikzelf.

 

 

PODIUM voor veerkrachtige verhalen

Podium biedt schrijvers de ruimte hun veerkrachtige verhaal te publiceren. Anka (pseudoniem, echte naam bekend bij Angela Groen) bijt de spits af:

 

MIJN MOEDER EN IK

Mijn moeder was een intelligente vrouw. Ze stimuleerde ons om veel te lezen (lid van de bibliotheek) en om te studeren (minstens mulo of de verpleging, want dat laatste was werken en leren).
Ze had vaak migraine en lag dan op bed. Misschien waren dat voorbodes van aanvallen van manisch-depressiviteit?
Als de vakantieweken (2 speciale in Vlaardingen) aanbraken, ging mijn moeder met ons naar al die activiteiten zoals de kerktoren beklimmen, het Visserijmuseum bezoeken.
Toen ik een keer uit school kwam, kwam er een zuster van het wit-gele kruis de trap af. Dan wist ik het wel: mijn moeder was weer opgenomen. Ik denk dat ze wel 20 keer is opgenomen geweest: op de PAAZ van verschillende ziekenhuizen, toentertijd in Dijkzigt, Joris en Delta.
Ze kon heel goed naaien, was coupeuse. Zolang wij het wilden, heeft ze voor ons leuke kleren gemaakt, en dat deed ze ook voor zichzelf.
Ze was vaak boos op ons; als we niet deden wat ze zei (onze kamer opruimen) of het niet goed genoeg deden (schoenen poetsen:  “Wonen er aan de achterkant geen mensen?”)
Ons huis hield ze schoon en opgeruimd. Ik herinner me dat ze op vrijdag aan het werk was in de kamer met spons en zeem, de radio aan (Arbeidsvitaminen) meezong of meefloot; de kanarie erboven uit. (“Meisjes die fluiten krijgen mannen met duiten”.)
Als ze manisch was, gooide ze haar pillen in de wc.: “Die heb ik niet meer nodig!” Als ze daarna psychotisch werd, verhing ze de schilderijen, plaste in de asbak enz.
Mijn vader was tuinman in het Sportpark van de Shell, verdiende niet veel. Mijn moeder was in staat om ons gezin zonder schulden draaiende te houden. Ze kocht stof op de markt en maakte onze en haar kleding. Lette bij het boodschappen doen scherp op  reclames en aanbiedingen. Daar kwam bij dat mijn vader een soort volkstuin had, waarvan hij groente, fruit en bloemen mee naar huis nam.
Soms gaf mijn moeder zelf aan dat ze opgenomen wilde worden. Maar soms was ze zo psychotisch dat er dwang aan te pas kwam.  Eens heeft ze bij een opname in een ziekenhuis een heel rek piepers van de muur afgeslagen.
Hoewel ze maar 8 klassen lagere school had met de naaischool er achteraan, wist ze veel. Ze hield van discussiëren over politiek en alles wat er in de wereld gebeurde. Later heeft ze met veel plezier de VOS-cursus enzovoort gedaan.
Eens zei ze tegen me met opgeheven vinger:
“Pas jij maar op! Mijn moeder was psychiatrisch, ik ben manisch-depressief en jij kan dat ook worden!”
Sinterklaasfeesten met strooiende Zwarte-Piet-buurmannen. Later met lootjes trekken, minimaal een gedicht maken, waren erg gezellig. Als we jarig waren en onze vriendinnen kwamen, organiseerde mijn moeder koek-en snoephappen en zo, deed een quiz die wij van tevoren met haar gemaakt hadden.
Later hoorde ik van een buurmeisje dat mijn moeder tegen haar moeder vertelde, dat ze het leven soms zo zwaar vond, dat ze de singel in wilde lopen.

Het was vaak reuzegezellig bij ons thuis met familie en vrienden. Koffie en mee-eten, weliswaar een eenvoudige pot. En als mijn vader op zijn mondorgel of op zijn trekharmonica speelde was het helemaal feest! Ook onze vriendinnen waren welkom. Eén vriendin die uit een gezin kwam waarvan de vader alcoholist was en het er vaak een chaos was, kwam graag bij ons, omdat het huishouden rustig en goed georganiseerd was. Ik was vaak opgelucht als mijn moeder opgenomen was. Vaak mochten we haar de eerste veertien dagen niet bezoeken. Ik vond die bezoeken aan zo’n psychiatrisch huis verschrikkelijk. Met al die mensen die als zombies rondliepen of in een stoel hingen en een moeder waarbij het altijd weer de vraag was hoe het met haar ging. Mijn moeder was ruimdenkend. Ik vroeg haar eens over de onfeilbaarheid van de paus. Nou daar geloofde ze (toch als goed katholiek) niet zo in: de paus is een mens dus hij zal ongetwijfeld fouten maken.  Eens kwam ze weer thuis na een lang verblijf in een ziekenhuis. Wij hadden het hele huisschoongemaakt waar ik me zeer verantwoordelijk voor had gevoeld. Ze keek de kamer rond, keek naar boven en zei: “Jullie zijn de lamp vergeten!” Mijn moeder werd als jong meisje zeer kort gehouden thuis. Dat was voor haar een reden om ons vrij te laten als we een vriendje hadden, of als we uitgingen (midden in de nacht thuiskomen was geen probleem). Als ze zich weer goed voelde, nam mijn moeder de leiding weer over. Ze was heel dominant en de baas in huis. Haar devies was: “Je hebt niks in te brengen als lege briefjes.” Eens kreeg ik onterecht op mijn duvel. Ik verdween verontwaardigd naar boven en ging aan mijn huiswerk. Na verloop van tijd kwam ze naar me toe en maakte heel liefdevol haar excuses.

Ik ben heel haar leven met mijn moeder bezig geweest. Ik heb het geluk gehad dat er altijd mensen in mijn omgeving waren die me in mijn crisissen opvingen. Later ben ik maatschappelijk werk gaan studeren, veel gaan schrijven en in therapie gegaan.Het zware van haar heb ik wel verwerkt en ik heb haar ook kunnen vergeven. Haar lichte en prettige kant kende ik wel maar door het zó op te schrijven is mijn beeld over haar evenwichtiger geworden.Ik had een moeder die heel erg haar best heeft gedaan om ons een goede opvoeding te geven, waar ze ook in geslaagd is. Wij (3 meisjes en 1 jongen) zijn goed terechtgekomen en zover ik het kan beoordelen zijn ze evenwichtig en gelukkig.Ze heeft erg geleden onder haar manisch-depressiviteit, voor zichzelf maar ook voor ons. Hoewel dat niet altijd merkbaar was, weet ik zeker dat ze van ons gehouden heeft.

 

Vlaardingen, 28 mei 2018                                                           Anka